Onze volledige agenda.

‘Bouw’ aan mkb als uitgangspunt voor beleid;
dan bouwen mkb-aannemers aan werk, vaste banen en welvaart !

Mkb als uitgangspunt voor beleid
Nu de verkiezingskoorts is gezakt en de verkiezingscampagnes achter de rug zijn, waarin het mkb door velen is geknuffeld en de bereidheid is uitgesproken de politieke nek uit te steken voor het mkb, is het zaak deze knuffelpartijen daadwerkelijk om te zetten in daden. Daden, die onze mkb-bedrijven in bouw, afbouw en infra volmondig en onomwonden uitdagen en vooruithelpen. Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra (AFNL) en de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven (NOA) hopen dat de nieuwe Tweede Kamer en het nieuwe Kabinet doortikken en keuzes maken op een aantal voor het mkb cruciale dossiers.

Doet het echte mkb weer mee?
Want, alhoewel er de afgelopen kabinetsperiode veel aandacht is geweest voor het mkb, is er concreet voor het mkb weinig gedaan. Veel aandacht was er voor het fenomeen zzp’ers, maar het kabinet Rutte-Asscher schoof de hete brei voor zich uit toen het er echt om ging keuzes te maken. Er was wel een voortvarende aanpak van de schijnzelfstandige als concurrent van zowel de normale werknemer en de even normale werkgever via de Wet Aanpak Schijnzelfstandigen (WAS). Maar die dreigde door de invoering van de Wet DBA, te verworden tot een WASsen neus. Ook waren er van kabinetszijde wat voorzichtige pogingen om de mkb-ondernemer te bevrijden van dat vermaledijde tweede ziektejaar, maar dat belandde na enige hoopgevende omzwervingen weer bij de SER. AFNL en NOA zien dat verschillende politieke partijen dit punt in hun verkiezingsprogramma hebben staan en hoopt dat hierop nu daadwerkelijk wordt doorgetikt. De tijdelijke verlaging van het hoge btw-tarief voor onderhoud kwam er, maar was helaas van tijdelijke aard. En niet te vergeten was er de bijna hosanna-achtige aandacht voor de start-up en in diens kielzog de start-up-scale; helpen te ontstaan en stimuleren te groeien. Mkb-techbedrijven in de sfeer van de topsectoren mochten zich verheugen in een warme belangstelling van de overheid. Een paar acties om iets meer innovatiegeld naar het mkb te loodsen en wat noodverbanden om de kredietkraan opener te draaien; op zich aardig maar niet meer dan dat.

Grote delen van de AFNL/NOA-achterban, de echte mkb-ondernemers, vragen zich af of zij nog meedoen. Zij zijn geen start-up, geen zzp’er, hebben geen topsectorstatus en kunnen niet uit de voeten met het Sociaal Akkoord, dat hen bovenover in de maag is gesplitst. Zij hopen op echte dadendrang van een nieuw Kabinet en nieuwe Tweede Kamer.

Dadendrang
AFNL en NOA zijn van mening dat de politieke en maatschappelijke discussie met betrekking tot het mkb moet worden omgezet in concreet beleid. Niet het mkb als afgeleide van het grootbedrijf, maar als zelfstandig fundament onder een samenleving die er, als er meer wordt gedacht en gehandeld vanuit kleinschaligheid, heel anders uitziet. AFNL en NOA willen het politieke debat hiervan doordringen en doen hiertoe met deze notitie een aanzet. Want, was het mkb niet ooit banenmotor? Nu hoor je dat niet meer. Met de huidige wet- en regelgeving die vast werk ontmoedigt, zit het er ook helaas niet in. Het mkb kijkt wel uit! Een beetje ambitieuze politieke partij en een even ambitieus kabinet zouden hiermee geen genoegen moeten en willen nemen……
AFNL en NOA zijn ervan overtuigd dat het mkb nog veel beter kan presteren, dat er een gigantisch onbenut potentieel is dat, mits goed aangesproken, veel meer toegevoegde sociaal- economische en culturele waarde genereert dan wordt verondersteld. En een veel grotere focus op de behoeften en wensen van het mkb – dat staat voor 99% van de bedrijven – ten volle rechtvaardigt.

MKB als uitgangspunt voor beleid; de MKB-Toets
Uitgangspunt voor beleid moet volgens AFNL en NOA zijn dat voortaan ieder beleidsvoornemen eerst wordt getoetst op realiseerbaarheid, uitvoerbaarheid en consequenties voor het mkb; de MKB-Toets. Een Toets die voorkomt dat maatregelen hoog over vliegen, niet toepasbaar zijn en later via reparatiewetgeving werkbaar moeten worden gemaakt. Gelukkig zijn de politieke partijen in de Tweede Kamer hiervan ook overtuigd en is er inmiddels via de kamerbrede motie Monasch ook bij het ministerie van EZ bereidheid getoond zo’n toets vorm te geven om het mkb niet te belemmeren in haar functioneren. Hierin trekken wij samen op met MKB-Nederland.

Wij gaan er van uit dat deze MKB-Toets via een MKB-Statuut in het Regeerakkoord wordt verankerd. En dat in de toekomst alle relevante wet- en regelgeving de MKB-Toets moet ondergaan, voordat deze wordt ingevoerd. Met een vast/variabel panel bestaande uit mkb-bedrijven kan vaak binnen een jaar worden nagegaan of iets werkt of niet. Hier is alleen politieke wil en durf voor nodig. En uiteraard zal er weerstand komen van de grote concerns, maar ook zij hebben baat bij een gezond en groeiend mkb als toeleverancier en afnemer. En, wat goed is voor klein is ook goed voor groot.

Buiten het feit dat wij hopen en verwachten dat nieuwe wetgeving via de MKB-Toets geen negatieve effecten voor het mkb heeft en praktisch uitvoerbaar is, vragen mkb-aannemers van de Tweede Kamer en het nieuwe Kabinet daden bij woorden te voegen en knelpunten in bestaande wet- en regelgeving op te lossen, zolang de MKB Toets er nog niet is. Omdat het gaat om een aantal urgente punten, die momenteel een rem zetten op werkgelegenheid, economische groei en welvaart, willen wij van politici en Kabinet tot dadendrang aanzetten op onderstaande punten.

Level playing field arbeidsmarkt bewerkstelligen
De ondernemers/werkgevers in het mkb worden beconcurreerd op arbeidskosten, hetgeen een zeer ongewenste situatie is. AFNL  en NOA vinden dat het mkb veel meer verdient dan:

  • toeschouwer te zijn bij discussies over de vraag hoe grote concerns fiscaal kunnen worden ontzien uit angst voor wegtrekken;
  • morrend te moeten toezien hoe uitzendbureaus op het paard worden gehesen voor hun toevloed aan flexibele banen waaraan ze veel geld verdienen, terwijl het mkb primair behoefte heeft aan vaste banen, maar daar door wet- en regelgeving van wordt weerhouden;
  • weg te worden gezet als niet sexy genoeg om internationaal in de etalage te zetten.

Ondernemers in het mkb werken het liefst met een zo groot mogelijke vaste kern en een flexibele schil van medewerkers. Echter, de huidige wet- en regelgeving belemmert het in dienst nemen van vaste medewerkers. Dit moet veranderen. AFNL en NOA pleiten daarom voor de volgende maatregelen:

  • De transitievergoeding in het ontslagrecht (Wet Werk en Zekerheid) blijft voor werkgevers in het mkb in bouw, afbouw en infra een extra risico bij het aannemen van vaste medewerkers. In de eerste plaats hebben ondernemers in bouw, afbouw en infra nooit met dit soort ontslagvergoedingen van doen gehad en in de tweede plaats vormt dit een extra risico bij het in dienst nemen van vaste medewerkers. AFNL en NOA gaan er vanuit dat bij de evaluatie van gevallen die door deze wet worden geraakt, nadrukkelijk naar de positie van het mkb in bouw, afbouw en infra wordt gekeken.

Daarnaast willen AFNL en NOA de mogelijkheid terug bij einde van een werk een ontslagmogelijkheid te hebben zonder ontslagvergoeding. Dit, gezien de discontinuïteit en looptijd van opdrachten en het niet aansluiten van vervolgopdrachten in de sector bouw, afbouw en infra. Overigens staat in een mkb-bedrijf in bouw, afbouw en infra het in goed overleg in teamverband werken altijd voorop; en vakmensen ‘maken’ het bedrijf.

  • AFNL en NOA vinden dat we nu echt af moeten van de wettelijke plicht dat werkgevers zieke werknemers twee jaar lang loon door moeten betalen. Deze plicht legt een te zwaar beslag op mkb-ondernemers en zet een rem op het aannemen van vaste medewerkers. Nederland is in dit verband ‘topuitschieter’ in Europa. Dit risico is uiteraard verzekerbaar, maar voor veel mkb-bedrijven niet haalbaar. AFNL en NOA weten dat er pogingen van kabinetszijde en uit de politiek waren hieraan een einde te maken, maar helaas ligt de problematiek weer in de SER, waar ongetwijfeld een ‘gepolderde’ oplossing uit de bus komt. Mkb-aannemers moeten echt van dit arbeidsmarktrisico worden verlost; AFNL en NOA hebben de nodige doorrekeningen hoe dit te financieren bij zowel politieke partijen, kabinet als SER op tafel gelegd. Wij hopen dat dit niet opnieuw verzand in discussies.
  • Wij pleiten voor een afgewogen stelsel rechten en verplichtingen voor ZZP’ers. Er moet een heldere definitie komen voor ZZP’ers. Alleen echte ZZP’ers –ondernemers zonder personeel – komen in aanmerking voor ondernemersfaciliteiten. Schijnzelfstandigheid moet hard en effectief worden aangepakt. Daarnaast moeten er fatsoenlijke verzekeringsmogelijkheden voor pensioen en arbeidsongeschiktheid komen voor ZZP’ers.
  • AFNL en NOA willen meldplicht en gelijke kostprijs voor buitenlandse ondernemers die in Nederland werken, met aandacht voor detacheringsrichtlijnen, toepasselijkheid Nederlandse regelgeving op buitenlanders in Nederland werkzaam en aandacht voor administratieve verplichtingen voor Nederlanders die in buurlanden EU werkzaamheden verrichten.
  • Het instrument van een algemeen verbindend verklaarde cao is essentieel voor een goed gereguleerde arbeidsmarkt.

Werkenden in de bouw moeten gezond de pensioengerechtigde leeftijd kunnen behalen

We moeten steeds later met pensioen. Vraag is echter of het wel reëel is dat alle werknemers in Nederland over één kam worden geschoren. De bouwer, stukadoor, metselaar, voeger of natuursteenbewerker is vaak op zijn 15e jaar begonnen met werken. Mensen in fysiek zware beroepen kunnen de pensioengerechtigde leeftijd vaak niet gezond bereiken. De bedrijfstak met veel relatief kleinschalige bedrijven kan niet alle oudere werknemers naar passende arbeid begeleiden. Daarvoor is eenvoudig het werk niet aanwezig en zijn financiële middelen niet voorhanden. De bedrijfstakken zelf hebben een verantwoordelijkheid maar ook de overheid moet met aanvullende maatregelen komen:

  • Mensen met fysiek zware beroepen of met een minimaal aantal arbeidsjaren moeten in de gelegenheid worden gesteld om eerder dan de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen te gaan. Onderzoek wijst ook uit dat dit gerechtvaardigd is, gezien het feit dat deze medewerkers een levensverwachting hebben die 7 jaar korter is dan bijvoorbeeld van hoger opgeleide medewerkers niet werkzaam zijn in fysiek zware beroepen.
  • Indien een werknemer op zoek moet naar passende arbeid buiten de sector, of binnen de sector, mag een individuele werkgever niet aansprakelijk worden gesteld voor de daaruit voortvloeiende schade. Als de huidige regelgeving van kracht blijft met een vergrijzend werkendenbestand durft een gemiddelde werkgever geen oudere werknemer meer in dienst te nemen. Ondersteuning van een demotiebeleid zou het langer werken kunnen bevorderen. Daarnaast zijn er initiatieven voor het opzetten van transitiehuizen om medewerkers intersectoraal van werk naar werk te kunnen begeleiden en plaatsen. Politieke en fiscale ondersteuning zou hier een duwtje in de rug kunnen geven om de ‘schotten’ tussen sectoren te slechten.
  • De overheid moet de bedrijfstakken naast een eigen bijdrage financieel ondersteunen met budgetten voor duurzame inzetbaarheid voor werknemers die op grond van vastgestelde arbeidsongeschiktheid/handicap niet meer inzetbaarheid zijn in het oude beroep.
  • In algemene zin is de politiek voorstander van het afschaffen van de doorsnee- systematiek voor persioenopbouw. Op zich zijn AFNL en NOA het hiermee eens. Echter, wij vrezen dat als gevolg van de hieruit voortvloeiende noodzakelijke overgangsregeling (wellicht voor de tijdsduur van zo’n 40 jaar) de wig tussen mensen in loondienst en andere werkenden opnieuw wordt vergroot, hetgeen onwenselijk is.

Overheidsbeleid draagt niet bij aan voldoende gekwalificeerde handjes voor de toekomst

De wereld waarin wij leven wordt steeds gecompliceerder. Toch draagt het door de overheid bekostigd onderwijs niet bij aan de vraag naar gekwalificeerd onderwijs in de bedrijfstakken afbouw/gespecialiseerde aannemerij. Algemene vaardigheden worden belangrijker geacht dan beroepskwalificaties en technische vaardigheden. In het VMBO is er geen of nauwelijks aandacht voor de beroepen waarin onze bedrijven actief zijn. In het MBO verschralen de relatief kleinschalige opleidingen voor metselaars, tegelzetters, voegers, stukadoors, vloeren- en terrazzo en natuursteenbewerkers. Er moet dus iets gebeuren om aan de vraag naar gekwalificeerde arbeidskrachten te kunnen voldoen. AFNL en NOA pleiten voor de volgende maatregelen:

  • Er moeten middelen beschikbaar worden gesteld voor technisch onderwijs in de relatief kleinschalige bedrijfstakken van gespecialiseerde aannemers en afbouw.
  • ROC’s bepalen individueel op welke plaatsen opleidingen worden gegeven. Dat is ook vanuit het oogpunt van macrodoelmatigheid ongewenst. Overheid, ROC’s en bedrijfsleven moeten gezamenlijk een plan opstellen waardoor verspreid over het land voldoende gekwalificeerd onderwijsaanbod kan worden gerealiseerd.
  • Door de eisen aan algemeen vormend onderwijs zal het wellicht niet mogelijk zijn om voldoende onderwijs te verzorgen waar de bedrijfstak behoefte aan heeft. Er moet financiële ruimte komen voor cursorisch onderwijs opgezet vanuit de bedrijfstak dat wel moet voldoen aan vastgestelde criteria en onafhankelijke toetsing.

Geen lastenverhoging arbeid en behoud regeling arbeidsintensieve diensten

De bouwnijverheid heeft de zwaarste crisis uit zijn bestaan achter de rug. Nu de economie gelukkig weer iets aantrekt neemt de hoeveelheid voorhanden werk toe. Het midden- en kleinbedrijf in de bouw, afbouw en infra moet weer vet op de botten krijgen. Lastenverzwaring is uit den boze… Sterker AFNL en NOA pleiten voor lastendaling op arbeid. Onze voorstellen zijn:

  • Het BTW-tarief voor uitvoerende werkzaamheden in de bouwnijverheid moet van 21% naar 6% worden verlaagd. De bestaande regeling arbeidsintensieve diensten in het kader van de BTW mag in de komende kabinetsperiode niet aangetast worden.
  • De overheid moet de lasten op arbeid verlagen. Ook moet er aandacht komen voor verlaging van belastingdruk op winst voor alle ondernemers. In dit verband moet een verlaging van de VPB gelijke tred houden met verlaging van de IB voor ondernemers die onder de IB vallen. Er moet na alle lastenverhogingen in de afgelopen jaren wederom een lastenverlichting komen voor ondernemers in het midden- en kleinbedrijf.
  • De huidige criteria voor hypotheekverstrekking moeten worden geëvalueerd. Wij pleiten voor aanpassing van de strenge loan to loan valueregeling. Jongeren en starters kunnen zich zelfstandig geen woning meer veroorloven. Dat is maatschappelijk ongewenst.
  • Er moet een plafond komen op de hoogte van gemeentelijke belastingen. In ieder geval moet de gezamenlijke belastingdruk voor ondernemers dalen.
  • AFNL en NOA pleiten ervoor het rondpompen van geld bij overheidsopdrachten te verminderen door een verleggingsregeling in te voeren. Ondernemers moeten nu tijdelijk de BTW via de omzetbelasting voorschieten en afdragen aan de overheid, die deze BTW later bij betaling van haar facturen weer betaalt. Dat zou simpeler kunnen.

Economisch/financiële stimulansen en prikkelen innovatie

Mkb-bedrijven zijn in het algemeen bedrijven die werken met kleine hechte teams van medewerkers en de ondernemer is bijna altijd de directeur/eigenaar. Om op economisch, innovatief en financieel gebied optimaal te kunnen functioneren, hebben deze bedrijven vaak een steuntje in de rug nodig om bijvoorbeeld collectief te kunnen innoveren of een stok achter de deur nodig om opdrachtgevers aan hun verplichtingen te laten voldoen. In dit kader de volgende aandachtspunten:

  • Het betalingsgedrag van overheden en grote opdrachtgevers moet verbeteren. Overheden betalen formeel binnen gestelde termijnen maar rekken die op tot het uiterste door facturen pas na het doorlopen van allerlei administratieve trajecten en veel gedraal goed te keuren. De termijn tussen facturen indienen en facturen accorderen en uitbetalen is vaak buitensporig lang, waardoor de uitvoerende bedrijven nodeloos als kredietverstrekker dienst doen. Daarnaast schroeven grote private opdrachtgevers hun betalingstermijnen op om liquiditeiten zo lang mogelijk binnenboord te houden. AFNL en NOA hebben daarom het onlangs door zowel Tweede- als Eerste Kamer aangenomen initiatiefwetsvoorstel gesteund om dit soort praktijken via wetgeving en boeterentes te beteugelen. In de bouw en infra, weten we uit lange ervaring, is in dit verband wetgeving helaas onontkoombaar om een stok achter de deur te hebben.
  • Verruiming externe financieringsmogelijkheden om in investeringsbehoefte te voorzien. In de afgelopen jaren is door mkb-bedrijven in bouw, afbouw en infra niet of nauwelijks geïnvesteerd. Tegelijk is de vermogenspositie, die vóór de crises voornamelijk gerelateerd was aan het eigen vermogen, danig verzwakt. Uit EIM-onderzoek blijkt dat daarom meer dan de helft van deze bedrijven verwacht problemen te ondervinden met het aantrekken van vreemd vermogen. Verdere verruiming van de Borgstellingsregeling van het ministerie van EZ kan hier kansen bieden. En niet-bancaire kredieten krijgen een prominentere rol.
  • Evaluatie van de Aanbestedingswet leerde dat het aandeel mkb bij aanbestedingen min of meer stabiel is gebleven, en dat de wet in dit opzicht nog niet aan haar doel beantwoordt. De aanbestedingspraktijk lijkt de intenties van de wet in te halen. Vooral grote aanbestedende diensten bewegen in dit opzicht traag en gemeenten hebben, uit overwegingen van kostenbesparing, de neiging tot schaalvergroting door samenvoeging van diensten en opdrachten. Een scherpe en geregelde monitoring is dringend gewenst. Aanbestedende diensten zouden het voortouw moeten nemen werken te gunnen aan infrabedrijven die complementair zijn en als ketenpartners opereren, zodat het mkb niet achter het net gaat vissen bij de vermoedelijk onomkeerbare schaalvergroting van opdrachten, met name in beheer en onderhoud. Daarnaast zal moeten worden bekeken of ‘Beter Aanbesteden’, opgezet vanuit Economische Zaken daadwerkelijk leidt tot beter aanbesteden. Hierbij zal het product moeten prevaleren boven het inkoopproces.
  • Voor mkb-bedrijven in de bouw, afbouw en infra zijn nauwelijks innovatiegelden We moeten het doen met wat “klein goed” dat wordt uitgestrooid via branchegebonden innovatieprestatiecontracten. AFNL en NOA zijn van mening dat mkb-aannemers veel meer zouden moeten kunnen profiteren van innovatieve prikkels.
    Nieuwe concepten, zoals voor nieuw te ontwerpen gebouwschillen, kunnen een innovatief zetje uitstekend gebruiken.

Een doorn in het oog hierbij is dat de sector niet of nauwelijks is aangehaakt bij het Topsectorenbeleid. Los van de vraag of onze bedrijven werkelijk baat hebben bij een plek in het Topsectorenbeleid, blijft het onverteerbaar dat de ene maaksector wel in de prijzen valt’ en de andere niet. Bedrijven die een innovatieprikkel hard nodig hebben krijgen die niet, terwijl bedrijven en instellingen voor wie zo’n prikkel slechts bijzaak en luxe zijn, die innovatiemiddelen in de schoot geworpen krijgen. Via de door drie ministeries opgetuigde Taskforce Bouw lijkt er nu alsnog een kapstok te komen waardoor deze innovatieprikkel tot stand komt en de sector kan aanhaken op het gebied van innoveren en verduurzamen. Wij hopen dat hierbij ook het mkb in bouw, afbouw en infra wordt gestimuleerd.

Meedenken en investeren in vernieuwing woon-, bouw- en infraprocessen  

Middelgrote en kleine bedrijven in bouw, afbouw en infra worden nog onvoldoende geprikkeld procesmatig mee te denken en te investeren in vernieuwing. Dit wordt versterkt door de helaas breed heersende praktijk van aanbesteden door opdrachtgevers tegen de laagste prijs. Daarnaast voltrekt het overgrote deel van de bouwprocessen zich nog langs de lijnen van de hiërarchie in de bouwketen. Zeker bij grotere en meer complexe projecten nemen grote hoofdaannemers een sleutel- en machtspositie in die weinig ruimte laat voor overleg en afstemming tussen de opeenvolgende schakels. En als er al overleg plaatsvindt, worden genoemde schakels zelden gelijkwaardig in de planvorming betrokken. Hierdoor blijft veel specifieke kennis, innovativiteit en kwaliteit onbenut. Er zal een cultuuromslag moeten plaatsvinden in de gehele bouwgerelateerde sector, die minder alleen op prijs is gericht en meer op kwaliteit en innovatieve oplossingen inzet.

De volgende punten zijn daarbij van belang.

  • Met de aangekondigde Bouwagenda via de Taskforce Bouw wil de overheid samen met een groot aantal partners in de sector de bouwsector versterken en oplossingen bieden voor maatschappelijke uitdagingen zoals het verduurzamen van woningen en effectiever gebruik van grondstoffen. Op zich een goed streven en hopelijk gaat het lukken hierbij alle partners te betrekken en ook hier een level playing field te bewerkstelligen. AFNL en NOA hebben bij de vorige kabinetsformatie al aangegeven dat één van de grote uitdagingen voor de bouwsector voor de toekomst het verduurzamen en energiezuinig maken van bestaande woningen en bedrijfspanden is in combinatie met het herbestemmen van leegstaande kantoren tot combinaties van nieuwe woon- werk- en leefomgeving. Met daarnaast de aanleg van een toekomstbestendige infrastructuur en een zo optimaal mogelijke mobiliteit. Het is verheugend dat deze thema’s worden opgepakt door de Taskforce en AFNL en NOA hopen dat dit ook voor mkb-aannemers uitmondt in een level playing field op de opdrachtgeversmarkt. AFNL en NOA hopen dat de bouwproductie die in de komende jaren ver achter blijft bij de vraag, ook wordt gestimuleerd en er financiële middelen ter beschikking worden gesteld waardoor de bouwproductie kan stijgen.
  • AFNL en NOA vragen meer aandacht voor de positie van het gespecialiseerde mkb-bedrijf in de bouwketen, onder meer door tegengaan van wurgcontracten en eenzijdig opgelegde onderaannemingscontracten. Hoofdaannemers weigeren categorisch daarover te spreken.
  • Het Wetsvoorstel Kwaliteitsborging Bouwen is inmiddels de Tweede Kamer gepasseerd en ligt ter besluitvorming voor aan de Eerste Kamer, waar deze hopelijk zo snel mogelijk wordt behandeld om daarna in januari 2018 in werking te treden. De in de wet geregelde aansprakelijkheid geldt dan voor alle werkzaamheden in aanneming voor zover het bouwwerken betreft. Nog niet helemaal duidelijk is hoe afbouwwerkzaamheden hieronder vallen. Er volgen nog een Algemene Maatregel van Bestuur, een Ministeriële Regeling en een op te richten toelatingsorganisatie. AFNL en NOA zijn voorstander van kwaliteitsborging, maar de nieuwe systematiek moet wel werkzaam zijn voor de gespecialiseerde (onder-)aannemer. En de consumentenbescherming t.a.v. het begrip verborgen gebrek in het BW mag niet doorschieten.
  • AFNL en NOA maken zich ernstig zorgen over de staat van ons rioleringnet; de ondergrondse infrastructuur. Gemeenten hebben hier een eenvoudige compensatie gevonden voor allerhande gestegen kosten door investeringen in onderhoud en vervanging uit te stellen. Organisaties wijzen erop dat alle aandacht uitgaat naar de grote en zichtbare infrastructurele werken, maar dat ondergronds de verwaarlozing ernstige vormen aanneemt. Wij schatten dat 3 tot 5 miljard euro nodig is en bij uitstel nog meer, om het ondergrondse netwerk weer up-to-date te maken.

Tevens past in dit kader een Deltaplan voor een klimaatbestendige samenleving. Dit om de aanpak van wateroverlast en hittestress ten gevolge van klimaatveranderingen grondig aan te pakken. Bij deze problematiek hoort een integrale op toekomstige behoeften gerichte kwalitatief hoogwaardige aanpak, die op korte termijn gestalte moet krijgen.  De mkb-aannemers in de infrasector roepen de door de overheid aangestelde Deltacommissaris dan ook op haast te maken met het bij elkaar halen van partijen en tot het opstellen van dit Deltaplan te komen en werken hieraan graag mee.

MKB als bindende kracht en bron van werk, vaste banen en welvaart

AFNL en NOA vinden dat bovenstaande punten in belangrijke mate kunnen bijdragen aan de groei van werkgelegenheid, vaste banen en welvaart in Nederland en het creëren van een betere en hechtere maatschappelijke omgeving als mensen hun werk en baan bij ondernemers in de regio vinden. Wij zijn ervan overtuigd dat wanneer het mkb aan de basis staat van wat we met elkaar aan beleid maken en aan wet- en regelgeving bedenken, Nederland er sterk op vooruit gaat.