Wat betekent het Pensioenakkoord voor bouw, afbouw & infra

,

Na meerdere jaren ‘onderhandelen’ is op 5 juni 2019 een Pensioenakkoord gepresenteerd. De nieuwe afspraken hebben tot doel om te komen tot een toekomstbestendig en evenwichtig pensioenstelsel. De vraag die AFNL-NOA zich stelt, is wat de betekenis van het akkoord is voor de bedrijfstakken bouw, infra en afbouw. Biedt het nieuwe akkoord werkenden in onze bedrijfstak met fysiek zware arbeid meer zekerheid zodat men gezond de pensioengerechtigde leeftijd kan behalen? Er zijn afspraken gemaakt over fysiek zware arbeid, maar AFNL-NOA betwijfelt zeer of het nieuwe akkoord voor onze bedrijfstakken voldoende oplossingen biedt.

Positief is dat de AOW-gerechtigde leeftijd minder hard gaat stijgen dan oorspronkelijk was voorzien. De nieuwe afspraken betekenen concreet dat men in de volgende jaren bij de onderstaande leeftijden recht heeft op de AOW-uitkering:

Jaar Leeftijd
2019, 2020 en 2021 66 jaar en 4 maanden
2022 66 jaar en 7 maanden
2023 66 jaar en 10 maanden
2024 67 jaar
Na 2024 1 jaar langer leven is 8 maanden later AOW

Zonder het akkoord zou men in 2021 pas met 67 jaar met pensioen kunnen gaan. Door het akkoord wordt die datum uitgesteld naar 2024. Bovendien is de afspraak gemaakt dat 1 jaar langer leven tot gevolg heeft dat men acht maanden later recht heeft op de AOW-uitkering. Momenteel is het nog zo dat één jaar langer leven tot gevolg heeft dat men één jaar later aanspraak kan maken op de AOW-uitkering. AFNL-NOA is positief over de nieuwe afspraak. Toch denken wij dat de nu voorgestelde maatregel niet toereikend is om alle werkenden in onze bedrijfstakken in de gelegenheid te stellen gezond de pensioengerechtigde leeftijd te laten behalen.

Specifieke maatregelen voor fysiek zware arbeid

Het Pensioenakkoord bevat ook maatregelen waardoor mensen die het niet redden om tot de AOW-leeftijd door te werken drie jaar eerder kunnen stoppen met werken. De kosten die daaraan verbonden zijn, moeten door werkgever en werknemer worden opgebracht. Daarvoor is de volgende afspraak gemaakt:

  • De werknemer kan zijn pensioen naar voren halen. Dat betekent dat het pensioen eerder kan ingaan;
  • De werkgever zou moeten bijdragen door het AOW-niveau te overbruggen. Tot een bedrag van € 19.000,- geldt niet de zogenaamde RVU-boete.

We zijn ronduit teleurgesteld over de afspraken voor zware fysieke arbeid. Als de werknemer besluit om zijn pensioen eerder te laten ingaan, gaat dat ten koste van de pensioenuitkering. Immers, het opgebouwde kapitaal moet over meerdere jaren worden uitgesmeerd. De bijdrage die aan de werkgever wordt gevraagd, werkt feitelijk als een boete op het aannemen van personeel. Onze bedrijfstakken kenmerken zich door fysiek zware arbeid. Veel mensen stromen eerder uit als gevolg van arbeidsongeschiktheid. AFNL-NOA vindt het onbegrijpelijk dat de overheid geen specifieke (financiële) middelen ter beschikking stelt voor bedrijfstakken met fysiek zware beroepen. Wij vinden dat in Nederland iedereen gezond de pensioengerechtigde leeftijd moet kunnen behalen. Meer aandacht voor fysiek zware arbeid is gerechtvaardigd en wij hopen dat in de uitwerking van het akkoord hier nog goed naar wordt gekeken. Overigens stelt de overheid wel een budget van € 800 miljoen beschikbaar om in sectoren te komen tot afspraken over duurzame inzetbaarheid en gezond langer doorwerken.

Afspraken voor lange termijn

AFNL-NOA is positief dat er onderzoek wordt ingesteld of men na 45 jaar werken in aanmerking kan komen voor de AOW-uitkering. Zeker omdat veel werknemers in onze bedrijfstakken op relatief jonge leeftijd starten met werken, kan dat tot gevolg hebben dat men eerder met pensioen kan gaan. Ook wordt onderzoek ingesteld of mogelijkheden van verlofsparen en aanvullend pensioensparen kunnen worden verruimd.

Verzekeringsplicht arbeidsongeschiktheid en afschaffing doorsneepremie

Aan de centrale organisaties van werkgevers en werknemers, alsmede aan ZZP-organisaties, wordt de vraag gesteld om voor de zomer van 2020 te komen met voorstellen voor een verzekeringsplicht tegen arbeidsongeschiktheid en uitzonderingen daarop. Tot slot moet ook worden vermeld dat de zogenaamde doorsneepremie wordt afgeschaft. Dat betekent dat iedereen dezelfde premie betaalt voor dezelfde pensioenopbouw. Om te voorkomen dat oudere werknemers hiervan nadeel ondervinden, worden maatregelen uitgewerkt om dit te compenseren.

Conclusie

AFNL-NOA is blij dat de voortdurende stijging van de AOW-leeftijd wordt ingedamd. Wij zijn echter ronduit teleurgesteld over het pakket aan maatregelen ten aanzien van fysiek zware arbeid. Men kan drie jaar voor de AOW-leeftijd eerder uittreden, maar de rekening wordt bij de individuele werkgever en werknemer neergelegd. Wij hopen dat de politiek ons pleidooi om hier financiële ondersteuning te bieden oppakt. Hopelijk sluit de politiek niet de ogen voor het feit dat onze bedrijfstakken zich kenmerken door een twee keer zo hoge uitval vanwege arbeidsongeschiktheid ten opzichte van het landelijk gemiddelde. En wordt er rekening gehouden met het gegeven dat veel werknemers in onze bedrijfstakken, vanwege de jonge leeftijd waarop men is gaan werken, vaak meer hebben bijgedragen aan bijvoorbeeld de AOW en andere voorzieningen. Bedrijfstakken met fysiek zware arbeid hebben recht op erkenning en steun. Daar zullen wij de politiek op blijven aanspreken!

Commissie Van Straalen voor knellende wet- en regelgeving

,

Om knellende wet- en regelgeving voor bedrijven te veranderen, is een commissie van overheid en bedrijfsleven opgezet onder leiding van Michaël van Straalen; de Commissie Van Straalen. Deze commissie heeft haar eerste advies uitgebracht. Dit gaat over de Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E), waarbij de overheid dringend wordt geadviseerd het invullen van de RI&E behoorlijk te vereenvoudigen. Alle werkgevers zouden hier makkelijker aan moeten kunnen voldoen, als er zo min mogelijk tijd mee verloren gaat om de RI&E te maken. Daarnaast is de commissie Van Straalen nu aan de slag met drie onderwerpen:

  • Inperking van de stroom CBS-enquêtes. Dit is door veel organisaties, o.a. door AFNL-NOA, aangedragen;
  • Het verbeteren van de implementatietermijnen van in werking treden van wet- en regelgeving;
  • Betere afstemming/vereenvoudiging E-herkenningsregelingen.

Meld ons tegen welke wet- en regelgeving u aanloopt

De commissie Van Straalen heeft via MKB-Nederland een enorme lijst met wet- en regelgeving aangedragen gekregen, waarmee ondernemers in de praktijk problemen hebben. Deze lijst is ook bij AFNL-NOA beschikbaar. Mocht u tegen bepaalde wet- en regelgeving aanlopen die niet goed werkt, laat het ons dan weten. Wij zorgen er voor dat dit bij de Commissie Van Straalen terecht komt. Stuur uw mail alstublieft aan Rielèn van der Hoek, hoofd politiek beleidsbureau van AFNL-NOA.

Onderhandelingen nieuwe Calamiteitenregeling WW

,

Vorstverlet/Onwerkbaar weerregeling moet worden herzien

Doordat de sectorindeling voor de financiering van een deel van de WW niet langer gehanteerd zal worden, is het bepalen bij cao van de precieze voorwaarden waaronder gebruik gemaakt kan worden van de Calamiteitenregeling volgens het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) niet langer logisch. In de ene cao zou bijvoorbeeld gekozen worden voor één wachtdag alvorens bij vorst aanspraak gemaakt kan worden op een WW-uitkering en in de andere cao voor een wachtperiode van twee weken. Onder de huidige sectorindeling is die keuze van invloed op de hoogte van de sectorale premie, maar in het nieuwe stelsel heeft die keuze enkel effect op de Algemeen werkloosheidsfonds (AWf)-premie, die door alle werkgevers wordt afgedragen. Voorstel van SZW is om voor de regeling onwerkbaar weer (oftewel onze vorstverlet) een uniforme wachttijd van 1 kalenderweek = 7 dagen te hanteren. Deze regeling zou in moeten gaan per 1 januari 2020. AFNL-NOA vindt de voorgestelde regeling van het ministerie echter een non-regeling!

Met de Wet vereenvoudiging UWV-regelingen van 1 januari 2013 is de juridische basis gelegd voor het samenvoegen van de bestaande onwerkbaar weerregeling en de werktijdverkortingsregeling tot een Calamiteitenregeling. Met het wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans (WAB) wordt premiedifferentiatie naar aard van het contract ingevoerd en zal de sectorindeling voor de financiering van een deel van de WW niet langer worden gehanteerd. Dat heeft gevolgen voor de huidige regelingen en voor de toekomstige Calamiteitenregeling WW.

Laatste stand van zaken

Onlangs heeft AFNL-NOA, samen met de secretaris van VNO-NCW en MKB-Nederland en enkele andere vertegenwoordigers van sectoren, met SZW, UWV en vakbeweging gesproken over de calamiteitenregeling. Daarbij is aangegeven dat de voorgestelde regeling van het ministerie feitelijk een non-regeling is, die met name kleine, gespecialiseerde bedrijven hard raakt. Ons pleidooi voor zo weinig mogelijk wachtdagen werd ondersteund door de vertegenwoordigers van de vakbeweging. Die vroegen met name aandacht voor veilige werkomstandigheden, want die komen onder druk te staan als er geen goede regeling is. SZW heeft toegezegd de conceptregeling te ‘herzien’ en daarbij te bekijken naar hoeveel wachtdagen men terug kan gaan. VNO-NCW en MKB-Nederland hebben een werkgroep opgericht waar ook AFNL-NOA in deelneemt. Binnen deze werkgroep zal verder worden nagedacht over de regeling. Op 19 augustus aanstaande staat er een vervolgoverleg gepland met het ministerie en andere betrokken partijen.

MKB-Toets: een mijlpaal bereikt!

,


Vanaf nu MKB-Toets op alle nieuwe wet- en regelgeving voor het mkb

Na enige jaren inzet vanuit AFNL-NOA om een MKB-Toets op toekomstige wet- en regelgeving in te voeren, is deze er gekomen! Na een aantal succesvolle pilots wordt deze MKB-Toets verankerd in wet- en regelgeving. Staatssecretaris Keijzer van EZK heeft de Tweede Kamer een brief gestuurd waarin zij heeft aangegeven dat de eerste zeven pilots met de MKB-Toets een positief effect hebben gehad. Positief in die zin, dat op basis van de toets door mkb-ondernemers toekomstige wet- en regelgeving van tafel is gegaan of wordt bijgesteld. Met behulp van moties uit de Tweede Kamer wordt de MKB-Toets nu opgenomen in het wet- en regelgevingstraject, zodat voor het mkb substantieel beter uitvoerbare regels ontstaan.

Door de MKB-Toets Rijksbreed uit te rollen, moeten alle departementen de Toets nu gaan toepassen volgens het ‘pas-toe-of-leg-uit-principe’. VVD-Kamerlid Wörsdörfer (indiener van de motie) benadrukte bij de evaluatie in de Tweede Kamer nog eens dat dat betekent dat alle bewindspersonen hier vanaf nu scherp op gehouden worden, zodat regels uitvoerbaar zijn voor het mkb. Ook staatssecretaris Keijzer van EZK gaf aan er op toe te zullen zien dat alle departementen de MKB-Toets toepassen en zich houden aan het ‘pas-toe-of-leg-uit-principe’.

Mening mkb-ondernemers telt

Daarnaast zal er een weg moeten worden gevonden om mkb-ondernemers snel en zorgvuldig bij de MKB-Toets te betrekken, want deze ondernemers kunnen bepalen of een wet in de praktijk werkt en uitvoerbaar is. Soms is het lastig op korte termijn ondernemers te mobiliseren die bereid zijn mee te denken over de effecten van toekomstige wet- en regelgeving. Hiervoor wordt nu via MKB-Nederland een panel van ondernemers opgezet. Daarnaast zal altijd de vraag richting aangesloten branches, zoals die van AFNL en NOA, komen om kennis en ondernemers te leveren die relevante toekomstige wetgeving op pijnpunten voor het mkb willen toetsen.

Wilt u als ondernemer meewerken aan deze MKB Toets op wet- en regelgeving? Laat het ons weten! Mail Rielèn van der Hoek, hoofd politiek beleidsbureau

Ontwikkelingen loondoorbetaling bij ziekte per 1 januari 2020

,


Ondernemers gewaarschuwd voor een addertje onder het gras!

Per 1 januari 2020 gaat de nieuwe wetgeving inzake de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte voor werkgevers gelden. AFNL-NOA heeft steeds gepleit heeft voor een verkorting van de loondoorbetalingsperiode naar maximaal één jaar, maar de regering heeft anders besloten. De loondoorbetalingsperiode bij ziekte blijft gehandhaafd op twee jaar. Wel komen er een aantal maatregelen om de risico’s van deze loondoorbetaling, met name voor kleine werkgevers, te beperken.

De belangrijkste maatregelen om de risico’s te beperken, hebben we nog even op een rijtje gezet:

  • Het medisch advies van de bedrijfsarts wordt leidend bij de toets van het re-integratieverslag (RIV) door het UWV. Dat betekent dat als u als werkgever het advies van de bedrijfsarts heeft gevolgd, u op medische gronden geen sanctie meer kan worden opgelegd door het UWV;
  • Eerder kunnen re-integreren richting Spoor 2 (buiten het eigen bedrijf re-integreren) als duidelijk is dat het eerste spoor niet meer aan de orde is. Er hoeft dan dus niet gewacht te worden tot het eerste jaar voorbij is. Dit moet o.a. gestimuleerd worden door het eerder in kunnen zetten van de zogenaamde no-risk polis;
  • Een zieke werknemer moet op vaste momenten ook zelf zijn visie geven over het re-integratietraject en moet dus actief aan de slag. De zieke werknemer kan niet alleen maar afwachten wat de werkgever en de mogelijk ingezette re-integratiebedrijven gaan doen.

Verzuim-ontzorgverzekering

Naast deze wettelijke maatregelen is er tussen het Ministerie van SZW, de verzekeraars en VNO-NCW/MKB-Nederland een convenant gesloten, waarbij er per 1 januari 2020 een nieuwe verzekering komt: de verzuim-ontzorgverzekering. Met deze verzekering wordt een aantal zaken geregeld voor het midden- en kleinbedrijf:

  • Loondoorbetaling bij ziekte;
  • De verzekeraar neemt de regie en een groot deel van de re-integratieverplichtingen van de werkgever over;
  • Langdurige ziektegevallen gaan, in tegenstelling tot nu het geval is, beperkt meetellen in het bepalen van de hoogte van de premie.

Het gevolg van een dergelijke verzekering betekent wel dat er een hogere premie betaald moet gaan worden. Over de hoogte hiervan kunnen wij nu nog niets melden. Voor deze hogere kosten krijgen werkgevers een compensatie. Deze compensatie zal neerkomen op ongeveer € 1000,- per werkgever. Deze compensatie geldt echter ook als een werkgever geen gebruik maakt van deze verzekering.

Addertje onder het gras?

Hoewel er dus besloten is dat er een aparte verzuim-ontzorgverzekering voor mkb-bedrijven komt, die op 1 januari 2020 moet ingaan, is er van een concreet aanbod door verzekeraars nog geen sprake. Inmiddels is het medio juli 2019. Als werkgevers over willen stappen naar deze nieuwe – nog aan te bieden – verzekering, is het eerst de vraag of de huidige verzekeraar deze polis ook gaat aanbieden. Als dit al het geval is, of als de werkgever besluit om naar een andere verzekeraar over te stappen, moet er wel de mogelijkheid zijn om de huidige verzekering tijdig op te zeggen. Hierbij zit nog een addertje onder het gras. Naar verwachting zullen verzekeraars de verzekering aanbieden in combinatie met een, verplichte, aansluiting bij een arbodienst. Als de arbodienst een andere partij is, dan moet in dat geval ook het arbodienstcontract tijdig worden opgezegd. In veel gevallen hanteren die een opzegtermijn van 3 tot 6 maanden.

Advies aan AFNL-NOA-bedrijven

Hoewel er dus op dit moment nog geen concreet aanbod van verzekeraars ligt, maar de meeste werkgevers per 1 januari 2020 in principe wel gebruik willen gaan maken van de nieuwe verzuim-ontzorgverzekering, is het belangrijk om tijdig de huidige verzekeraar en arbodienst op te zeggen. AFNL-NOA adviseert om pro forma op te zeggen. Geef daarbij aan dat als u geen definitieve opzegging stuurt, u er vanuit gaat dat uw contract ongewijzigd doorloopt in 2020. Mocht u dan later toch geen gebruik willen maken van de nieuwe verzekering en eventuele arbodienst, dan loopt u ook geen risico. Daarnaast adviseren wij u alvast contact op te nemen met uw verzekeraar of tussenpersoon om na te gaan in hoeverre u van hen een aanbod van de nieuwe verzekering tegemoet kunt zien.

Hoewel de afspraken rondom loondoorbetaling bij ziekte al weer een tijd geleden gemaakt zijn, laat een belangrijk onderdeel van deze afspraken nog steeds op zich wachten. Wij houden voor u de vinger aan de pols en zullen u nader informeren zodra hier iets over te melden valt.

Laat mensen met zware beroepen na 45 jaar afzwaaien

,

“Heerlijk hoog en droog zitten”. Het is een gevleugelde Nederlandse uitspraak en wel eentje met een positieve connotatie. Maar tijden veranderen en na de droogte van de vorige Nederlandse zomer – in combinatie met berichten over andere plekken in de wereld waar de regen uitbleef – zijn we ons bewuster van het gevaar: droog zitten is niet per definitie heerlijk. Vorig jaar was de toevoer van grondstoffen een probleem voor de bouw: bij extreem lage waterstand kan er immers minder per binnenvaart worden vervoerd. Knap lastig als je afhankelijk bent van toevoer uit Duitsland via het water! En natuurlijk waren er in tal van andere sectoren ook nijpende verhalen te horen als gevolg van het gebrek aan regen.

De eerste geluiden deze zomer waren dan ook vooral waarschuwingen. Experts lieten weten dat de tekorten van vorig jaar nog lang niet waren opgelost. Zuinig zijn met water is het devies. En dus verwelkomt intussen zelfs een absolute zonaanbidder als ik ieder fris zomers buitje met een glimlach en opluchting. Of we in de bouw, afbouw en infra ook opgelucht kunnen glimlachen naar aanleiding van de nieuwe afspraken over pensioenen moet nog even worden bezien…

Uitwerking voor zware beroepen

Veel in het Pensioenakkoord moet nog worden uitgewerkt. Met name waar het gaat om de zware beroepen is op dit moment onduidelijk wat het antwoord van de politiek wordt. AFNL-NOA vroeg een paar dagen na het nieuws over het Pensioenakkoord dan ook nadrukkelijk aandacht voor de positie van werknemers in het mkb die zwaar werk doen. We maakten een video, die met een uitgebreide brief met onze standpunten naar onder meer politiek Den Haag is gestuurd. De Tweede Kamer heeft laten weten onze inbreng bij een volgend debat over pensioenen te zullen betrekken.

Een helpende hand
Onze brancheverenigingen laten er geen misverstand over bestaan: het probleem van de zware beroepen in de bouw is niet een probleem van onze sector alleen. Wij kunnen dit vraagstuk niet alleen oplossen en hebben dus de overheid nodig om de helpende hand toe te steken. En laten we wel wezen: zo’n helpende hand zou ook niet meer dan eerlijk zijn. Onze werknemers beginnen al op heel jonge leeftijd met werken en dragen dus veel jonger dan gemiddeld bij aan de schatkist. Bovendien investeert de samenleving in hen een veel lager bedrag aan opleidings- en studiekosten dan voor mensen die doorleren. Zulke investeringen mogen tegen het einde van hun loopbaan best alsnog worden gedaan: per slot profiteert de hele samenleving van het harde werk van onze vaklui.

Onze boodschap is helder

We houden de ontwikkelingen op dit vlak nauwlettend in de gaten en zullen ervoor zorgen dat de beleidsmakers in Den Haag niet vergeten wat onze boodschap is: gun mensen met zware beroepen een gezond einde van hun werkzame leven, voorkom uitval en laat hen na 45 dienstjaren afzwaaien!

Dan kunnen ze daarna van hun welverdiende rust genieten onder een parasolletje. Of onder een paraplu natuurlijk, dat is ons om het even.

Sharon Gesthuizen
Voorzitter Stichting AFNL-NOA

Méér aandacht voor zware beroepen in pensioenakkoord

Wij zijn verheugd dat het VNO-NCW / MKB-Nederland is gelukt om met de vakbonden en het kabinet tot een breed pensioenakkoord te komen. Het akkoord is de afronding van een jarenlange discussie over de vormgeving van een nieuw pensioenstelsel. Maar we zijn er nog lang niet. Veel zal afhangen van de daadwerkelijke uitwerking van het akkoord en daar willen we als vertegenwoordigers van de zware beroepen uiteraard graag bij betrokken zijn. 

Mensen in zware beroepen kunnen de pensioengerechtigde leeftijd vaak niet gezond bereiken. Wij willen benadrukken dat wij het als sector dan ook niet alleen kunnen. Om passende maatregelen te treffen hebben we de hulp van de overheid hard nodig. Hierover hebben wij Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als ook alle leden van de vaste commissie SZW en Financiën een brief gestuurd waarin wij cruciale punten benoemen om dat mogelijk te maken. In een begeleidende video leggen MKB-ondernemers uit de bouw- en afbouwsector uit waarom het noodzakelijk is dat mensen met zware beroepen na 45 arbeidsjaren met pensioen kunnen.

Download onze brief als reactie op het pensioenakkoord.

Doorbraak in toekomstige wet- en regelgeving voor het mkb

MKB-toets

Wij zijn zeer verheugd dat de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat de MKB-Toets op toekomstige wet- en regelgeving nu verankerd in het wetgevingstraject. Hiermee wordt de MKB-Toets, waarvoor wij jarenlang hebben gepleit, Rijksbreed uitgerold. De door de VVD ingediende en door de Tweede Kamer aangenomen motie, waarbij alle departementen de Toets moeten gaan toepassen op voor het mkb relevante wetgeving, is daarbij een stevige steun in de rug.

Na een aantal pilots met de MKB-Toets, die inmiddels zijn geëvalueerd door het ministerie van EZK, was duidelijk dat deze Toets die door mkb-ondernemers wordt uitgevoerd in de voorfase van wetgeving, daadwerkelijk effect heeft op de uitvoerbaarheid van regels voor het mkb. De staatssecretaris van EZK geeft in haar brief aan de Tweede Kamer aan dat de pilots met de MKB-Toets positief zijn verlopen. Positief in die zin, dat op basis van de Toets door mkb-ondernemers toekomstige wet- en regelgeving van tafel is gegaan of wordt bijgesteld.

Met het Rijksbreed uitrollen van de MKB-Toets door de Staatssecretaris en de motie ‘pas-toe-of-leg-uit’, wordt de MKB-Toets -bijna drie jaar na de eerste hiertoe ingediende moties- een feit. Wij hopen dat met deze MKB-Toets mkb-ondernemers in de toekomst worden gespaard voor hoog overvliegende wet- en regelgeving die in de mkb-praktijk niet blijkt te werken.

Afspraken loondoorbetaling eerste stap in goede richting

Dat minister Koolmees van SZW met de koepelorganisaties voor werkgevers en verzekeraars afspraken heeft gemaakt over de beperking van risico’s voor ondernemers en hen ontlast van een deel van de verantwoordelijkheden en verplichtingen, vinden wij een goede zaak. Hiermee wordt een eerste positieve stap gezet in het oplossen van één van de grote knelpunten op de arbeidsmarkt. Hard nodig nu ondernemers nog steeds zeer beperkt vaste medewerkers in dienst nemen vanwege de risico’s van de arbeidsmarktwetgeving.

AFNL-NOA pleit al jaren voor de afschaffing van het tweede loondoorbetalingsjaar bij ziekte en de daaraan gekoppelde re-integratieplicht. “Wij vinden dat het pakket wat nu op tafel ligt een eind in de goede richting komt en ondernemers keuzes biedt, maar we zijn er nog niet. AFNL-NOA zal de vinger stevig aan de pols houden en zien hoe het pakket in de praktijk gaat uitpakken”, aldus Sharon Gesthuizen, voorzitter van Stichting AFNL-NOA. “Ook de wijze waarop het verzekeringspakket en de premiestelling vorm en inhoud krijgen, zullen we op de voet volgen en zo nodig onze invloed aanwenden om het gewenste eindresultaat te krijgen.”

Jammer blijft het dat het pakket beperkt is tot bedrijven met 25 medewerkers in de vorm van een lagere (Aof)premie.

Wij zijn verheugd over Kamerbrede steun verankering MKB-Toets

MKB-toets

Wij zijn verheugd dat de Tweede Kamer vandaag Kamerbreed de motie van het lid Wörsdörfer c.s. over de implementatie van de MKB-Toets heeft aangenomen.

Hierdoor wordt direct bij evaluatie van de pilots met de MKB-Toets in april 2019 duidelijk hoe de MKB-Toets zodanig in pré-wetgevingstrajecten wordt geïmplementeerd dat álle departementen volgens het “pas toe of leg uit”- principe gaan werken met de MKB-Toets.

De door ons lang bepleite MKB-Toets, die is verankerd in het Regeerakkoord, moet er voor zorgen dat in een voorfase van wetgeving wordt getoetst of betreffende wetgeving in de praktijk van het mkb uitwerkt zoals was bedoeld en geen hoog overvliegende wet wordt met averechtse effecten op het mkb.

Wij zijn blij dat vandaag ook een aantal andere bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat vorige week ingediende moties, is aangenomen. Het gaat dan om een motie die onderzoek en voorstellen beoogt om  administratieve voorschriften voor het in dienst hebben van personeel in kaart te brengen en deze substantieel te vereenvoudigen en te verlichten. Maar ook om een motie voor collectieve bescherming van ondernemers tot 10 werknemers die huiverig zijn hun recht te halen vanwege dure en langdurige procedures tegen grotere partijen en de angst voor verlies van een belangrijke opdrachtgever. Ook is een motie aangenomen die het aantrekkelijker maakt te innoveren door verhoging van het WBSO-tarief in de tweede schijf.

Wij zijn blij dat de Tweede Kamer met deze moties daadwerkelijk een aantal stappen zet om het voor mkb-aannemers in bouw, afbouw en infra wat gemakkelijker maken te ondernemen.